Stage winner Viking Tour 2014
is leeg
Facebook
 

VIKINGTOUR 2014 NOORWEGEN

Naar boven

Het ultieme klimevenement

VIKINGTOUR 2014 NOORWEGENWe schrijven 2006 en ik had me voorgenomen om na 23 jaar wedstrijden en records te rijden de VT 2006 als mijn "laatste grote wedstrijd/uitdaging" te beschouwen...
Dat beeld werd op dat moment versterkt door het volgende: een 18-jarige deelnemer die net achter me was gefinisht in de openingsklimtijdrit hoefde bij wijze van spreken alleen maar te douchen om hersteld te zijn. Zelf voelde ik die klimtijdrit de volgende ochtend nog in mijn benen. Enig excuus voor mij: een ruim generatieverschil.

Enfin, nu is het 2014 en het plan is opgevat om dat fantastisch mooie Viking Tour-evenement nog eens te doen. Deze maal gelukkig ook met jongere M5 CHR gebruikers! Tot nu toe is het van vier personen zeker dat ze deelnemen maar als er zich nog meer ligfietsers aangetrokken voelen dan zou ik zeggen: "Meld je aan!"
Op dit moment zijn er nog rond de 80 startbewijzen te vergeven. Een lichte ligfiets en een goede conditie zijn dingen die je gaan helpen. Bekijk vooral even het parcours op de site.

Voorts: nog een ander Scandinavisch fietsevenement, Sverigetempot-2014. Ook daaraan doen reeds twee M5-ers mee met hun Carbon High Racer en ook daar zijn nog startplaatsen te vergeven.
 

Voorbereiding Viking Tour Noorwegen

Naar boven
Voorbereiding Viking Tour NoorwegenMet nog twee maanden te gaan worden er momenteel trainingsrondes gemaakt van 160 km. Door de "opgevoerde" M5 CHR gaan die nu met 40 km/u gemiddeld; door het verkeer heen wel te verstaan.
Voor een snelheid van 40 km bij windstil weer is in mijn geval een hartslag van slechts 114 nodig. Ter vergelijking: een uur lang kan 154 geleverd worden en de rustpols is rond de 32.
Fiets is nu uitgevoerd met de laagste stoelsteun van 30 mm, HED 3 achterwiel, Shimano 16 spaaks RS 31 voorwiel, Continental 4000 S II buitenbanden, Vredestein latex binnenbanden, Lightning Carbon cranks (53-34) van 185 mm, SRAM X-0 10-speed schakelaars, M5 Toptas van 17 ltr. op een carbon dragertje. Zeer aerodynamische oplossing, want volledig aansluitend op hoofd/helm en een gedeelte bovenlichaam.
 

Parijs-Brest -Parijs 2011 van de snelst gefinishte Nederlander Robert Carlier op een M5 Carbon High Racer

Naar boven
Mijn eerste keer PBP was er een die leek op een achtbaan.
De route heeft met zijn heuvels wat van een achtbaan, ook het weer sloeg diverse malen om van warm aan de start naar heftige noodweer op maandag nacht, naar zalig zomerweer met windje mee richting de finish. De juichende en klappende Fransen aan de kant van de weg en de honderden vrijwilligers die de rit mogelijk hebben gemaakt maken er een attractie van en geven de fietsers een bijzonder gevoel: waardering voor een moeilijk verklaarbare hobby.

De zon brandt lekker en de temperatuur is hoog als wij le vélo special ons opstellen voor de startlijn. Ik sta naast Björn en Jan als het aftellen begint. Jan geeft mij een wijze raad om niet te snel te vertrekken; "Je bent jong en wil hard rijden, maar dat zal je aan het einde opbreken." Hij voegt eraan toe dat dit voor hem niet opgaat, omdat hij al ouder is mag hij wel hard van start gaan! Ik knoop het in mijn oren, samen met de raad die ik eerder kreeg: aan het eind kun je meer winnen dan aan het begin verliezen. Start en het circusonderdeel van PBP 2011 is vertrokken. De stoet van ligfietsen, tandems, roeifieters en velomobielen is los op zondag om 17:30. De eerste km's door Versaille zijn geflankeerd door toeschouwers die ons succes toewensen en klappen. In gedachte denk ik terug aan de vele uren trainen in mijn eentje, vaak ´s nachts na het werk, de brevetten in het voorjaar en de voorbereidingen van de laatste weken. Was het dit waard? Dat zal nu moeten blijken, maar deze mensen met hun enthousiasme doen mij erg goed!

Ik hou de rem erop en rij rustig met de groep mee. Een groepje Amerikanen rijdt constant en ik besluit erbij te blijven. Dit gaat goed tot we na een paar uur een eerste klim krijgen. Het tempo zakt en ik haak aan bij een tandem. Ook deze zakt na een tijdje in en ik besluit mijn eigen tempo te gaan rijden en weet dat dit betekent dat ik waarschijnlijk de rest van de rit alleen zal blijven rijden. So be it! Een tijdje rijdt een van de Amerikanen in mijn wiel, maar na 150km haakt hij af. We krijgen een prachtige rode zonsondergang.

Zondagnacht haal ik honderden wielrenners in. Het zijn telkens grote groepen, steeds snellere en ik merk dat naarmate ik verder voorin kom, het inhalen ook langzamer gaat. Tijdens een afdaling knal ik er voorbij, maar bij de volgende klim halen ze mij terug in. Dat duurt dan één soms twee heuvels en ik ben er voorbij. Ik ontmoet Andreas op een zelfde M5 High Racer. Andreas en ik zullen vele honderden km's stuivertje wisselen, waarbij hij sneller klimt en ik vlotter daal. Tot aan Brest rijden we bij elkaar in de buurt. Ook zie ik Jerome op een Zockra. De controle posten zijn erg rustig, maar aan de dranghekken en goede organisatie kun je zien dat ze klaar zijn voor de massa.

Na drie uur is mijn accu leeg, drie uur eerder dan normaal. Ik schakel de tweede oudere accu in, deze zal het nog eens drie uur volhouden. Al met al te weinig om de nacht door te komen, dus ik weet dat ik in de problemen zal komen met het licht. Gelukkig zijn er vele groepjes wielrenners waar ik achter kan blijven hangen en met mijn hoofdlampje zie ik ook nog wel wat. Tot de zon opkomt fiets ik een aantal uur met een groepje op. Mijn ouders staan bij Loudeac en zij kunnen mijn accu's opladen voor de tweede nacht. Deze kan ik dan bij terugkomst opgeladen meenemen.

Na Loudeac moet er geklommen worden en tot aan Brest vind ik het pittig. We krijgen kleine regenbuitjes, maar niets ernstigs. 50 km voor Brest, boven op de hoogste heuvel, komen de eerste renners ons tegemoet. Het is een grote groep en aan de wapperende reflexiehesjes kan ik zien dat de mannen niet eens de tijd nemen om die weg te stoppen. De brug over bij Brest is een mooi moment en het horen van meeuwen en ruiken van de zee geeft mij een voldaan gevoel: de eerste helft zit erop. Echt lekker gereden heb ik tot op dat moment nog niet. Ik loop over de mat, stempel halen, broodje en soepje eten, nog een broodje, water kopen, aanlengen met malto en bruistablet en besluit weer te gaan. Direct bij vertrek voel ik verschil: eindelijk ben ik lekker los, mijn maag lijkt beter te werken en ik voel de kracht in mijn benen. Misschien heb ik 600km nodig gehad om warm te draaien? Of is het, omdat ik nu de route ken en terug ga? Eenmaal terug op de heuvel kom ik de fietsers tegen die onderweg zijn naar Brest. Het lijkt een onafgebroken sliert van fietsers. In Sizun heb ik een bagdrop, met volle batterijen, en hiervoor moet ik een klein stukje van de route af naar een camping. Hier tref ik, tot mijn verbazing, Hans in een tent. Hij wil eerst wat eten en goed slapen en zal dan zijn tocht vervolgen. We ruilen wat snackjes, want ik ben wel toe aan wat variatie. Het is een geruststellende gedachte dat ook ik gebruik had kunnen maken van tent en verzorging. De nacht komt en ik maak kennis met het fenomeen fietsverlichtingverblinding. De meeste rijders hebben felle lampjes, maar sommige super felle. Ik raak erdoor verblind en het duurt een paar seconden voordat ik mijn focus terug heb en de rand van de weg zie. Ik probeer mijn hand voor mijn ogen te houden, maar na een tijdje raakt mijn linker arm moe. Ik moet denken aan de enorme klep die de Amerikanen aan hun helm hadden gemonteerd, nu weet ik waarom. De route gaat onder de bomen door en mijn lamp verlicht zowel de weg als de bladeren en geeft het gevoel alsof je in een tunnel rijd.

Het begint te regenen. Al de hele dag verwacht ik deze bui, maar nu komt hij. Steeds harder en harder en door de spetters op mijn bril en de lampen van de tegenliggers zie ik mooie licht formaties, maar totaal niets meer van de weg. In de problemen zoek ik mijn toevlucht wederom bij de wielrenners. Bij hen in het wiel zie ik nog steeds niets van de weg, maar zolang ik de rode lampjes volg kom ik vooruit. De regen gaat over in absoluut noodweer en mijn kleding is totaal nat en ik heb het koud. We rijden stapvoets door een laag water en ik vraag mij af hoe lang dit goed zal gaan? We passeren een tankstation en de wielrenners besluiten te schuilen onder het afdak. Ik ga met ze mee. Direct vis ik mijn nooddeken op en wikkel het af. Ik begin al heftig te bibberen en ik zie dat nog een renner zo'n deken heeft. Even later staan er vijf klets natte mannen stijf op elkaar omwikkeld in twee nooddekens. Het is even raar, wat intiem, maar de warmte die dit geeft is alles waard. Het blijken twee Poolse mannen, een Rus en een Duitser te zijn. We spreken Duits, en proberen er achter te komen hoe ver het is naar de volgende controle post. Hiervoor moet ik mijn GPS raadplegen en als een ton haringen schuifelen we naar mijn fiets. Het is nog 40km naar Loudeac, dus te ver om in de regen door te gaan. We besluiten te wachten. Hoe lang wacht je op zo'n moment? De regen lijkt niet af te nemen. Ik krijg het toch weer koud en voel mij misselijk en licht in het hoofd. Ik weet dat het een vegetatieve reactie is en onderkoeling is begonnen. Ik heb de neiging om te gaan liggen en te slapen, maar dit is niet de plaats. Het rillen wordt zo heftig dat ik mijn handen niet meer onder controle kan houden. De groep besluit iets te doen en dan is er maar een optie: verder fietsen. Ik wikkel de deken om mij heen en daarover mijn reflexiehesje. Zo probeer ik te fietsen en dit lukt. Na slechts een aantal minuten arriveren wij bij St. Nicolas du Pelem. Natuurlijk, de extra slaappost, totaal vergeten! Ik kom daar om 23:30 binnen. Het is een grote droefenis van verslagen natte fietsers en modder. Ik bel mijn ouders in Loudeac om droge kleding te komen brengen. Gelukkig krijg ik snel een plekje in de slaapzaal en trek de droge kleding aan. Ik val direct in slaap en als ik wakker wordt is de zaal leeg en bijna iedereen vertrokken. Hoe lang zal ik geslapen hebben? Ik sta op en voel dat de benen goed zijn en ik heb zin om te rijden.

Om 5:20 ben ik weg. Het wordt al bijna licht en ik weet dat er voor dinsdag goed weer is voorspelt. De km 's vliegen voorbij en voor ik het weet heb ik 900 op de teller. Het is ongeveer hier dat ik Perry en Theo tegen kom. Zij gaan nog altijd goed en hebben hun tempo constant weten te houden. Ik ga er vandoor, want de laatste 300 km wil ik alles geven. De wind staat in de rug na Villaine en het landschap wordt vlakker. Ik geniet voor twee als ik de snelheid erin kan houden zodat ik de volgende top haal met vaart van de afdaling. Dit is het terrein van de M5 Carbon High Racer en ik kan lange tijd 50 op de teller houden. Achter mij hoor ik een voertuig. Is het Hans met zijn Quest? Nee, het is een motorrijder van de organisatie. Hij rijdt een stukje naast mij, gebaart wat en wijst op zijn teller. Ja, het gaat lekker hard en ik kan het nog lang volhouden. In een dorpje stop ik netjes voor een stopbord en even later haalt de motor mij weer in. Ik was al bedacht op de motorrijder en een tijdstraf. In Dreux krijg ik een privilege behandeling. Een man leidt mij door het gebouw en wijst mij waar ik kan stempelen en waar de wc is enz, zo hoef ik geen tijd te verliezen met zoeken. Of ik iets wil eten, of even wil slapen; nee, dank u. Ik ga liever door naar Parijs, het is niet ver meer. Ik wil ook zo lang mogelijk gebruik maken van zonlicht en genieten van het uitzicht.

15 km voor de finish haal ik een groepje snelle renners in. Ik ben ze al vergeten als ze mij op een klim weer terug inhalen. Het lijkt of ze erop gebrand zijn mij in te halen en dat vind ik leuk. Ik scheur er achter aan en in een dorpje ben ik ze bijna kwijt als ze snel de bocht omgaan en ik moet zoeken naar de pijltjes. Ik haal ze terug in en ze moeten lachen. Het is natuurlijk belachelijk, dit soort spelletjes na 1200km. Ik raak met ze aan de praat en het zijn mannen die niet mee konden in de eerste groep en ook hebben geslapen tijdens het noodweer. Samen rijden we Versaille in en na 53uur rond ben ik terug bij af. Ik voel mij euforisch en uitgewrongen. Jerome en Andreas zijn al binnen. Wat mij betreft is het aftellen voor 2015 begonnen.
 

Parijs-Brest-Parijs 2011

1 september 2011Naar boven

Arthur van der Lee: afzien zonder finish.

Bon courage!

De voorbereidingen achter de rug en de fiets in de auto ga ik vrijdagochtend al naar Parijs. Zonder enige kennis van de regio heb ik maanden geleden al een plaats op een camping in Rambouillet geboekt. Deze camping ligt aan de RN 10 en is ongeveer 30 Km van de Start / Finish.

Avontuurlijk als ik ben heb ik een bosplaats gereserveerd. Jammer dat je dan je auto na het opzetten van je tent ongeveer een kilometer verder weg neer moet zetten. Dit is niet handig als je nog even je tassen wilt nakijken of de fiets voor de zoveelste keer wil nakijken. Bij het inchecken op de camping zag ik al wat bekende gezichten van de brevetritten die ik afgelopen jaar gedaan heb. Leo en Guus dachten dat ze ook een plek hadden gereserveerd maar er was iets mis mee.

De eerste nacht slaap ik niet veel. Camperalarm en blèrende kinderen maken dat ik steeds net niet in slaap kan komen. De volgende dag heb ik eigenlijk nog niets op de agenda staan, maar hoor toevallig van Leo dat om 5 uur de shirts moeten worden opgehaald bij start en finish. Fietsen langs de RN10 staat gelijk aan zelfmoord en een ritje van 45 km
over de binnenwegen met een paar pittige cols laat ik liever wachten tot de echte race.

Met de fiets in de auto eerst even gaan kijken waar ik moet zijn want dat is ook allemaal maar even afwachten, met zoveel deelnemers ben je vast niet de enige die wil parkeren.

Als ik met de fiets aankom is het nog geweldig weer en staat er een heel leger van ligfietsen klaar op het plein. Ze wenken me om erbij te komen staan. Ik maak kennis met foto's van Italianen, Franse en Japanse ligfietsers. De atmosfeer is geweldig. Goed weer voor de aankomende dagen en iedereen heeft er zin in. Er wordt gefilmd en foto's gemaakt voor PBP TV en naast me wordt een Franse ligfietser geïnterviewd.

Zondag om 10 uur heb ik de bike check en het ophalen van de papieren. Ik hoor dat dit ook op al zaterdag kan. Ik zie aan het einde van de middag dat het niet druk is en waag het erop. Na een wasse neus van remmen en licht controleren kom ik in de hal waar je de papieren krijgt twee bekenden tegen. Het zijn Robert Leduc en Dick van Mourik. Ze hebben zelfs alle twee het zelfde T-Shirt aan met de tekst "Translator". Ook tref ik daar Mart die ook zijn papieren is wezen halen. Mart heeft wel zin om wat te gaan eten en een biertje te gaan drinken.

Na een gezellige en uitstekende maaltijd ga ik weer richting camping, voor een tweede rusteloze nacht. Dit keer kan ik van de zenuwen bijna niet slapen. Het is ook nog eens vreselijk warm. De volgende ochtend ga ik er om een uur of 7 weer uit met het idee om 's middags nog een keer voor de lange rit lang te gaan slapen. Ook nu kan ik de slaap niet vatten. Om 7 uur 's avonds ga ik maar eens bij de start kijken. Misschien kan ik nog wat regelen om wat eerder van start te gaan.

Aangekomen in Saint-Quentin-en-Yvelines schuifel ik langs de controle posten en vraag of ik wat eerder van start mag. Alle verwijzen me door naar de hoogste chef achter aan het sportveld. De hoogste chef heeft niet de allure van een vlotte alles wetende wedstrijdleider. Maar blijkt een sacherijnige oude baas te zijn, die niet eens de moeite heeft genomen om voor dit belangrijke evenement zijn gebit in te doen. Hij zegt botweg nee en draait me de rug toe, een knap staaltje van Franse hoffelijkheid. Inmiddels verzamelen anderen zich voor de startgroep van 9 uur.

Eerst maar weer wat eten en dan probeer ik als iedereen weg is een plekje te vinden op het sportveld om te gaan slapen. Het lukt me niet. En als het even begint te regenen moet ik de auto op gaan zoeken. In de auto kan ik ook de slaap niet vatten en om kwart over 4 's ochtends ga ik er maar uit. Het is dan inmiddels na wat korte buien weer droog en niet meer zo warm als de voorgaande dagen. Fiets klaar en de auto op slot ga ik naar de start.

Daar aangekomen zegt men dat ik me moet haasten. Ik snap het niet want het is nog geen 5 uur en op mijn blaadje staat start half 6? Nog net op tijd ga ik met een groepje
"specials" van start. Er staat van alles tussen: ligfietsen, velomobielen en tandems. Door de spanning heb ik geen slaap meer en we gaan als een pijl uit de boog van start. Van het idee om niet te snel te gaan komt niets terecht. De eerste tijd is het nog donker en goed oppassen. Na ons is nog een grote groep vrije starters. Dit zijn de mannen die denken dat ze echt niet veel tijd nodig hebben, en ze gaan heel snel. Als zo'n groep je inhaalt ga je automatisch sneller rijden. Toch zie ik er later bij een controlepost al veel met verband om de ellebogen en knieën, zeker al een schuivertje gemaakt op de nog natte wegen?

De route op de Garmin heeft me al een keer verkeerd een stadje doorgestuurd om via een middeleeuws stratenstelsel met echte kasseien een flinke omweg te laten maken door steile straten. Ik besluit niet meer op kop te rijden en beter op de pijlen te letten. Soms staan er in het donker mensen buiten om de fietsers aan te moedigen, de meeste nog in nachtkleding met een regenjasje erover. Als het licht is ziet de wolkenhemel er niet veelbelovend uit. En om half 12 is het dan eindelijk zover. Na wat korte buien in de ochtend gaat de hemel nu echt permanent open. Een regenbui die in alle hevigheid uren volhoudt. De ene bliksemflits nog indrukwekkender dan de ander. Het is nog 80 km naar Fougeres en ik lig al in een plas van water. Zolang ik kan blijven trappen blijf ik wel warm. Maar als ik stop begint de ellende van kou en rillen.

Ongeveer 20 kilometer voor Fougeres is het ineens droog. Ik trek snel mijn regenpak uit en probeer om mijn spullen droog te rijden. Het eerste half uur is dat koud maar die
kunststoffen drogen snel. Net als ik er weer zin in krijg gaan de sluizen vlak voor de controle in Fougeres weer open. Binnen 2 minuten ben ik weer helemaal zeiknat. Boven op een heuvel zie ik bliksem zoals ik het al lang niet meer gezien heb. Ik voel me dan al zo ellendig dat ik bijna bid om getroffen te worden. Dit gebed zal niet worden verhoord, waarschijnlijk omdat ik in België op de heenweg Radio Maria met een grove vloek heb weggedrukt ten faveure van Studio Brussel. Intussen loopt mijn regenpak gewoon vol vanaf de hals en druipt het water naar beneden.

Als ik stop bij de controle heb ik nog een prima tijd. Voor vannacht en morgen geven ze hetzelfde weer op en ik sta nu al met blauwe lippen te klappertanden. Met in een waterdichte tas nog wat droge spullen ga ik naar de douches om op te warmen. Ik heb er geen zin meer in en ga wat eten en een slaapplaats opzoeken. Op de keiharde gymzaalmat val ik als een blok in slaap. De spanning van de afgelopen dagen valt van me af en ik ben de volgende ochtend pas om 6 uur wakker. Buiten regent het nog steeds. Ik ga mijn fiets stallen en vraag naar de mogelijkheden om naar Parijs terug te gaan. Fietsen kan, maar niet meer in de regen, daar pas ik voor. Het is de trein geworden. Samen met een Amerikaan die moest afhaken omdat zijn versnellingskabel kapot was en er in de "Bike Repair Shop" geen een lang genoeg was om het euvel te fixen. Ik kreeg het idee dat hij er ook geen zin meer in had. Zijn naam is Marc en hij is al 64, een aardige man en we gaan contact houden.

Gelukkig heb ik de parkeerplek van de auto met de Garmin gemarkeerd en kan ik na een busreis van Fougeres naar Rennes dan van Rennes naar Mont Parnasse per trein. Vanaf het treinstation is het nog een half uur met de RER naar Saint-Quentin-en-Yvelines. en tot slot nog bijna 3.5 kilometer te voet naar de auto. Eenmaal in de auto is het weer bijna 350 kilometer terug rijden om de fiets te halen. Als dat is gebeurd is het alweer bijna 10 uur 's avonds. Snel langs de Mc Donalds, dat heb ik wel verdiend na al deze misère. In Frankrijk hebben ze zo hun eigen variant op de Mc Ceasar Salad. Ze noemen het "Une boite de Salade". Vertaald is dit "een doos vol sla". Daarna rij ik de nacht in. Nu is het nog bijna 400 Kilometer terug naar de Camping om mijn tent op te halen. Na een poosje rijden zit ik alweer te knikkebollen in de auto en zet hem aan de kant. Draai de stoel neer en probeer te slapen.

De volgende middag kom ik op de camping aan en ga eerst eens echt slapen. Om een uur of 4 ben ik weer onder de mensen en ga een paar bakjes koffie drinken in de campingbar. Dan heb ik genoeg van het rondhangen en ga alles in de auto gooien. En op weg naar huis.

Op donderdag ochtend wordt ik wakker in mijn eigen bed en wat een luxe is dat. Voor een volgende poging zal ik toch iets anders moeten verzinnen. Geen camping meer maar een hotelkamer, en eventueel iemand die langs de route meerijdt met wat droge spullen een slaapplek en wat warms te eten op zijn tijd.

Toen ik terugreed naar de camping pikte ik nog een klein stukje van de route mee en zag ik ze fietsen in de laatste 150 kilometer. Met snot wat langs de gezichten liep leken
sommige meer op zombies. Maar wat een vasthoudendheid en ik maak dan ook een diepe buiging voor de mensen die het wel gehaald hebben.
 

Parijs - Brest - Parijs 2007

29 september 2007Naar boven

Het verhaal van Tijmen Hoeve

Parijs - Brest - Parijs 2007Na twee PBP's gereden te hebben, in 1999 en 2003, begon de voorbereiding op PBP-2007 in het najaar van 2006. Mijn doel voor dit keer was om mijn tijd weer te verbeteren: 1999 in 88 uur en in 2003 in 65 uur en voor 2007 het liefst onder de 60 uur.

Mijn gedachte ging uit naar een lichtere ligfiets (vanwege het vele klimmen: ca. 10000 hoogtemeters), maar ook een die hoger was dan mijn lage racer (dit ivm de zichtbaarheid tijdens mijn woonwerkverkeer)

Gelukkig kwam Bram tijdens CycleVision 2006 met de Carbon High Racer. Een hoge, lichte en stijve racer, die echter nog niet geheel uitontwikkeld was. In de herfstvakantie een korte proefrit gemaakt en was meteen verkocht. Pas 6 maanden later, ik had toen al mijn lage racer verkocht en moest een kwalificatierit op een racefiets doen, was mijn nieuwe fiets klaar. Een week lang hebben mijn spieren weer aan de lighouding kunnen wennen en met de Carbon High Racer de 2e kwalificatierit van 300 km gefiets: 300 km in 10 ½ uur. Om extra bergtraining op te doen voor PBP heb ik zelfs een extra kwalificatierit van 300 km in de Ardennen gereden als ook de 600 km (Ardennen en de Eifel). En verder in 5 dagen de Mt. Ventoux van de 3 verschillende kanten beklommen en! afgedaald: bij 94 km/uur heb ik maar even in de remmen geknepen.

Voorbereiding was dus top en ik had veel zin om de PBP-sfeer langs de route en in de dorpjes weer op te snuiven. Langs de kant stonden wel duizenden toeschouwers en in de dorpjes was het vaak een gezellige drukte. Langs de route kreeg je koffie, water, crêpes etc. aangeboden en overal waren versieringen aangebracht.

Maar dat was in 1999 en 2003, nu in 2007 hadden de weergoden besloten om het ons langeafstandsfietsers eens moeilijk te maken. Het begon allemaal op de camping: veel regen en daardoor was de camping een natte blubberzooi. Voorgaande jaren was het gezellig voorpraten en je fietst nog eens poetsen, maar daar kwam dit jaar weinig van.

Ook bij de start was het koud ('s nachts soms 12 graden) en er stond veel wind, later kwam daar ook nog eens regen, regen en nog eens REGEN bij.

Ik startte in de laatste groep op dinsdagochtend en had dus de avond ervoor al de grote meute zien starten.

Maar goed, gestart om 04:45 en na 15 km reed de voorrijdauto weg. Nu was het dus aan ons om te bewijzen dat we het allemaal aankonden. Ik heb me daarbij grotendeels laten leiden door mijn hartslagmeter: normaal in de extensieve duurzone en bergop in de D1-zone. Dit kan ik zeer lang volhouden en dan ook een goede kruissnelheid aanhouden.

Al snel passeerde ik twee Questen (Gerrit Schotman en Peter de Rond), maar ook een M5 Low racer met tailfairing en schijfwielen. Dit gaf mij veel moed, maar heb me wel moeten inhouden om toch niet te hard van stapel te lopen.

De eerste 140 km ging op het laatst over licht geaccidenteerd terrein en ik begon op stoom te geraken. Dat was ook wel nodig want er stond een redelijk harde wind die schuin tegen was. Later bleek de wind ook van het westen naar het oosten te draaien, dus na de kou, de regen was ook Aeolus (de bewaarder van de winden) ons niet gunstig gezind.

In Mortagne stond de eerste stop gepland, hier kwam het dus aan op snel wisselen van mijn drinkzak en het aannemen van de sportrepen, bananen etc. Mijn vader en broer speelden hierbij een cruciale rol. Op naar de volgende controlepost, deze lag "slechts" 80 km verder in Villaines la Juhel. Op dit traject haalde ik al de rijders in die 8 uur eerder gestart waren: zij fietsten dus behoorlijk langzaam en mochten reeds gaan vrezen niet op tijd binnen te komen.

Deze rijders waren voor mij echter een mooi mikpunt en een goede motivatie als ik er weer een paar inhaalde. Ik ben overigens die dag door niemand ingehaald; 't leek wel of ik vleugels had en fietste met grote snelheid heuvel af en heuvel op!

Na weer ca. 80 km afgelegd te hebben stond mijn "team" weer klaar en voorzag mij snel van de benodigde vocht en eten. Overigens de hoeveelheid water heb ik naar beneden moeten bijstellen vanwege het minder warme weer. En voor wat betreft de plaspauzes: volgende keer toch maar een manier verzinnen omdat vanaf de fiets te kunnen doen: ik schat dat ik daarmee een uur of 2 sneller mee kan zijn. Iets van een plaskatheter oid? Na de korte etappe van slecht 55 km in Fougeres aangekomen en ik had aangegeven daar wat noodles te willen eten. Ik had echter zo snel gefietst dat het water nog moest koken, toch heb ik er op gewacht want ik snakte naar iets hartig na al die sportdrank en sportrepen. Al met al was ik pas na een half uur weg.

De fiets voldeed volledig aan mijn verwachtingen want het Franse landschap schoot onder mijn wielen door. Eigenlijk het PBP-traject één lang stuk golfkarton: allemaal kleine heuveltjes. Als je daar hard naar beneden suist kom je redelijk gemakkelijk de volgende heuvel weer op.

Enige technische malheur wat ik tot dan toe had was een zeer moeizaam draaiende Gripshift-schakelaar. Waarschijnlijk was deze door al het regenwater stroever gaan lopen, tegen het einde van de tocht kreeg ik slecht met grote moeite de schakelaar gedraaid. Terwijl ik dit nu typ voel ik mijn rechterhand meer dan mijn benen.

Voor mijzelf stond vast dat ik dus zeker onder de 60 uur wilde finishen, maar lag nu (zonder rustpauzes meegerekend) op een schema van onder de 50 uur!

Ik was nu in de buurt van Loudeac, daar stond een lekker motiverend bord langs de kant: "Brest 200 km, Parijs 800 km"

Inmiddels was het donker geworden en mochten we met ons licht de pijlen zoeken, dit ging niet altijd vlekkeloos want blijkbaar had elk traject zijn eigen pijlenuitzetter en dito strategie. Soms was het dus echt even zoeken, langzamer rijden en weer optrekken.

Ook zag ik tussen ergens Loudeac en Carhaix de kopgroep tegemoet komen; de achtervolgende auto doofde snel zijn lichten om mij maar niet te verblinden. En ca. 1½ uur later kwam ik ook de snelle mannen (Ymte en Hans) in hun Quest tegen. Op dat moment realiseerde ik ook dat ik mijn Engelse fietsmaatje Ben miste: af en toe een praatje maar zeker zo belangrijk: zijn slipstream. Hans en Ymte hadden het wat dat betreft beter bekeken. Tussen Carhaix (526 km) en Brest (615 km) reed ik door een donker stuk bos waar mijn grote wielen hun kracht lieten zien: ondanks het grove asfalt hadden ze weinig moeite om te blijven rollen.

Op ditzelfde traject ligt ook de Roc Trevezel, een puist van 380m midden in het landschap. Volledig in de mist gehuld en flink koud was het geen pretje om deze te beklimmen en zeker niet om af te dalen. Echter Brest lonkte en zodra ik de Albert Louppe brug zag liggen dacht ik: "zo ik ben halverwege, nog maar 610 km!!" In Brest een ½ uurtje in de auto geprobeerd! te slapen, maar daar kwam vanwege de adrenaline of iets dergelijks weinig van.

Inmiddels was wel duidelijk dat ik dit snelle schema niet vasthield en ergens tussen de 50 en 60 zou eindigen.

Diegene die overdag voor mij fietsten en ik mooi kon inhalen bleken grotendeels de warmte van een slaapzaal opgezocht te hebben en ik stond er vanaf Brest redelijk alleen voor. Dat was de prijs van het snel willen fietsen.

Zodra het licht werd zag ik ze weer fietsen en ik speurde de groepen af naar Nederlanders die ik dan kon toeroepen.

Terug in Carhaix overkwam me iets, achteraf gezien iets vreselijks. Op de rotonde voor de controlepost werd een Franse automobilist tegengehouden die net, toen ik er voor langs wou fietsen, optrok. Ik schrok hiervan en remde sterk, belande op mijn Tailbag en gelukkig kon ik snel een voet aan de grond zetten, maar de fiets belande op het linkerpedaal. De automobilist reed weg en ik dacht alleen maar aan de tijd die ik zou verliezen als ik er veel amok van zou maken.

Door het vochtige weer waren mijn voeten zacht geworden en ze branden verschrikkelijk. Lekker ingesmeerd met zalf en rustig op mijn slippers naar de post gelopen.

De etappe erop vond ik dat mijn fiets anders fietste en ik dacht dat mijn wielen scheef stonden. In Loudeac de uitvalnaven gecontroleerd maar die bleken niet los te zitten en de wielen zaten ook beide recht. Dus weer snel doorgefietst naar Tinteniac, op dit traject kwam ik erachter dat de voorpijp scheef stond en ik ook scheef op mijn fiets zat. Door de val was de voorpijp waarschijnlijk iets verbogen. Twijfelend heb ik doorgefietst: is het nog wel verantwoord om door te fietsen, of niet? Maar ik ben diverse keren afgestapt om de fietst te controleren en ik besloot verder te fietsen, maar wel minder snel af te dalen. De fiets stuurde nog steeds "raar"

De wind was inmiddels lekker naar het noordoosten, en dus tegen, aan het draaien, maar ach daar hadden we als ligfietsers minder last van dan de racefietsen.

Al deze perikelen maakten het dat het er niet sneller op ging; zelf mijn volgende streeftijd van 55 uur kwam in gevaar.

De doodsteek voor mijn 55uurs-schema kwam op het stuk van Villaines la Juhel naar Mortagne: zeer veel regen dat nu met bakken uit de hemel kwam en een donkere nacht zonder voorliggers die met hun rode achterlicht mij de weg konden wijzen. Tot overmaat van ramp ook nog last van hallucinaties: ik zag mensen naast mij fietsen die er echt niet waren. En de onvermijdelijke slaapaanval deed de volgende duit in het zakje; ik had tot dan toe slechts 30 min. gerust. Naarstig ging ik in een dorpje op zoek naar een zacht plekje, maar kon die niet vinden en belande in een telefooncel waar ik op mijn hurken was probeerde te slapen. Na een ½ uurtje had ik het wel gezien en vertrok weer verder. Slaaptekort is zeer slecht voor je rijsnelheid en mijn gemiddelde duikelde dan ook omlaag. Op naar Dreux bestonden de wegen uit zeer grof asfalt waar zelfs mijn 28 inch wielen niet op doorrolden.

Het was een saai stuk en ik had het wel een beetje gehad met PBP: 2 dagen niet dan weilanden en dorpjes die allemaal, op elkaar begonnen te lijken. En nog steeds zeer weinig publiek langs de kant.

De controlepost in Dreux was een saaie bedoeling en ook weer hier snel vertrokken, maar voordat we (ik reed een stuk met Perry op) Dreux uitwaren, was het 45 min. verder. Bij het uittrekken van wat kleding stond ik in een laag blubber met mijn schoenplaatje en wilden hij vervolgens niet meer uitklikken. Nou, ga dat maar een schoonmaken; kortom een half uur verder had ik weer een redelijk functionerende klikpedaal.

Het enige wat me toen nog voor ogen stond was het finishen binnen de 58 uur. Enkele steile klimmetjes, de vele stoplichten in de voorsteden en het staande houden door een Gendarmerie (vanwege het negeren van een rood stoplicht) gooide roet in het eten. Nog altijd beter dan no. 0432 die voor mijn ogen in een ambulance werd afgevoerd. Ik heb nog even met de politieman die terplekke wat gepraat en het nummer van de fietser opgeschreven, maar zo'n afgang wil ik me te allen tijde besparen. Uiteindelijk kwam ik onder luid applaus (eindelijk) binnen via de rotonde na 58:02 binnen. Net niet binnen de 58 uur, maar waren we niet (door al die toespraken) 10 min. later gestart??

Resumé: voldoen gevoel vanwege het halen van mijn doel al had het veel scherper kunnen zijn met de wetenschap die ik nu heb. De nieuwe fiets en configuratie is erg goed bevallen: stijf snel en licht. Ook de begeleiding is mij goed bevallen en noodzakelijk als je snel wilt fietsen.

Voor de camera heb ik al beloofd om geen PBP meer te doen, maar ach toen was ik slaapdronken.

(Foto: Bart)
 

Salon du Cycle 2005: M5 stand druk bezocht

11 oktober 2005Naar boven
Salon du Cycle 2005: M5 stand druk bezochtDe aandacht van het publiek voor de M5 stand op de Salon du Cycle 2005 was groot. Niet alleen trokken de aanwezige ligfietsen de aandacht, maar ook de illustratieve houding van de twee ledenpoppen (2e kleine foto). De ene in een volledig ontspannen houding op een Low Racer, de ander in de bekende geforceerde houding op een gewone racefiets.
Laatste van de kleine foto's: ons uitzicht op de Parijse Fietsmodeshow.

Zie ook de site van Salon du Cycle 2005
Salon du Cycle 2005: M5 stand druk bezochtSalon du Cycle 2005: M5 stand druk bezochtSalon du Cycle 2005: M5 stand druk bezochtSalon du Cycle 2005: M5 stand druk bezocht
Er kunnen geen rechten ontleend worden aan de informatie op deze site.© Copyright 2003 - 2014 M5 Ligfietsen / Vipers
Nieuws
Video
Modellen
M5 Lightweight bike parts
Carbon Specials
M5 Specials
Overige producten
Dealers
Waarom een M5
Wedstrijden en records
Onze klanten
Contact
M5 Pro
Bram Moens
 Laatste nieuws
 Archief
 Zoeken
 Sponsoring
 Evenementen
 Publicaties
 Sitemap